4 min leestijd

Krachtvoer om 'ja' te zeggen tegen maatschappelijke impact

Meer maatschappelijke impact te maken. Het klinkt zo logisch. En de meeste communicatieprofessionals willen dit ook oprecht. Maar dat blijkt in de praktijk ontiegelijk moeilijk te zijn. Daarom wil ik je in dit artikel wat krachtvoer geven. Om ‘ja’ te zeggen tegen deze uitdaging!

Het is best spannend en confronterend om je eigen werk kritisch te beschouwen en jezelf af te vragen of je wel de goede dingen doet.  

Het vraagt om lef om telkens de vraag op tafel te leggen: waarom doen we dit eigenlijk en helpt het ook? Om in gesprek te blijven als ‘de wethouder het wil …’ en ‘de organisatie dit niet gewend is van ons…’. Veel teams zijn ook bang om weer of nog meer als de ‘afdeling Nee zeggen’ gezien te worden als ze vragen stellen. En gaan daarom het gesprek op voorhand al niet meer aan. 

Maar ik wil zo graag dat je ‘ja’ zegt! 
‘Ja’, tegen de enorme maatschappelijke opgaven die er liggen. ‘Ja’, tegen wat je daar met en door professionele communicatie in kunt betekenen. En dus alleen maar ‘ja’ als je echt maatschappelijke impact kunt maken!

Het is zo verschrikkelijk hard nodig. Er waren alleen al afgelopen week drie gebeurtenissen, die mij hier weer volledig op ‘aan’ zetten. Volgens mij hebben we niet meer bewijslast nodig om vanaf vandaag vanuit team Communicatie alleen nog maar ‘ja’ te zeggen tegen wat er echt toe doet:

Gebeurtenis 1

Een derde huiseigenaren haakt af bij subsidieaanvraag verduurzaming

De Vereniging Eigen Huis meldde deze week dat het aanvraagproces voor de Investeringssubsidie voor duurzame energie (ISDE) voor veel huiseigenaren onbegrijpelijk, ontoegankelijk en tijdrovend is. Een op de drie huiseigenaren haakt af tijdens de aanvraag. Dat komt onder andere doordat de webpagina om de subsidie aan te vragen met het juiste formulier slecht vindbaar is. Daarnaast zijn de voorwaarden vooraf onduidelijk. 

Ligt dit aan ‘de communicatie’? Dat hangt ervan af hoe jij je taak opvat. Is dat alleen de campagne voeren om bekendheid te geven aan de subsidie? Of ook - of juist - om samen met de inhoudelijke collega’s en die van dienstverlening te zorgen dat alle huiseigenaren deze subsidie ook daadwerkelijk snel en makkelijk kunnen aanvragen? Dat het aanvraagproces samen met huiseigenaren is ontworpen en getest? Want één op de drie mensen die afhaakt is heel veel. Ik twijfel er niet aan dat zo’n ervaring ook invloed heeft op hun beeld van de overheid (onbegrijpelijk en ontoegankelijk) én hun motivatie om dit later nog eens te proberen. 

Gebeurtenis 2
Anti-institutioneel extremisme in Nederland

De AIVD waarschuwt deze week voor de opkomst van anti-institutioneel extremisme in Nederland: “De brede verspreiding van het wereldbeeld dat een kwaadaardige elite mensen wil onderdrukken, tot slaaf wil maken of vermoorden, vormt waarschijnlijk op langere termijn een dreiging voor de democratische rechtsorde van Nederland.” De AIVD noemt het lage vertrouwen in overheid en instituties en de vaak terechte kritiek vanuit de samenleving als voedingsbodem voor deze ontwikkeling. Volgens de dienst vraagt het vergroten van de weerbaarheid vooral ook om betrouwbaarheid en eerlijk communiceren van instituties.

Voila! Hét argument om werkelijk al die mooie kernwaarden van de gemiddelde overheidsorganisatie in de praktijk te brengen!

Gebeurtenis 3
In de daklozenopvang ziet de straatarts het effect van beleid het eerst.

Betrouwbaar zijn en eerlijk communiceren is nodig, maar ook dat is onvoldoende. Want het probleem zit nog veel, veel dieper. Overheid en instituties zitten gevangen in ‘de beleidsbubbel’, zoals blijkt uit het nieuwe boek van Marije van den Berg. Het helpt niet om nog meer van dat beleid te maken, we hebben echt een andere manier van denken nodig. De focus ligt nu op een betere uitvoering van het beleid. Maar we zouden moeten kijken naar hoe en waarom we beleid maken. Beleid is niet de heilige Graal, maar wat je daarmee bereikt in de gemeenschap wél. En dat zou dus centraal moeten staan. Wat is er nodig in de gemeenschap? En hoe kunnen we dat ondersteunen? In de dagelijkse praktijk. Dag in, dag uit. Als je meer wilt lezen over hoe je de beleidsbubbel ‘liefdevol kunt laten leeglopen’: lees (of luister) het boek van Marije.

Het boek werd gepresenteerd tijdens het congres ‘Regels en Ruimte’. Die dag was het podium vooral voor de ‘bierkaaivechters’: de mensen die dag in dag uit de ruimte tussen de regels zoeken. Die zichzelf elke dag de vraag stellen: wat helpt hier nu echt? En dat gewoon doen! Zoals Eva Naaijkens dat doet als schoolleider in het onderwijs (lees dit boek van haar), Martin Kniest als sociaal ondernemer (bekijk de documentaire De Wasstraat) en Michelle van Tongerloo als huis- en straatarts (volg haar op LinkedIn).

Uit het verhaal van Michelle blijkt dat individuele inzet door professionals helaas niet genoeg is. Regels zijn het directe gevolg van politieke keuzes. Zij ziet het in de daklozenopvang. Waar ze eerst vooral met verslaafden te maken had, volgden daarna de ongedocumenteerden en nu … mensen zoals jij en ik. Die door allerlei omstandigheden op straat belanden. Want mensen hebben geen geld meer om van te leven, geen ruimte om te wonen en krijgen niet de zorg die ze nodig hebben. Michelle zegt heel duidelijk: in de daklozenopvang zie ik het effect van beleid het eerste, dus de politieke keuzes die nu in Rotterdam worden gemaakt en de bezuinigingen die daar het gevolg van zijn. Of zoals Marije zegt: “De staat zakt door zijn hoeven.” (Iemand nog een vraag waar dat anti-institutioneel extremisme vandaan komt?).

En nu: jij en wij?

Kunnen wij al deze ellende als communicatieprofessionals oplossen? Nee, dat kunnen we niet alleen. Maar we kunnen wel onze eigen cirkel van invloed gebruiken om samen een beweging in gang te zetten. We stoppen vanaf vandaag echt met alle blabla en gecommuniceer om niks. We doen alleen nog maar wat maatschappelijk zin heeft!

Ik hoop dat je er al mee begonnen bent. En anders nu voldoende krachtvoer hebt om het goede gesprek met bestuur en organisatie aan te gaan.