Het gaat er niet om of je voor of tegen social media bent
Mijn artikel ‘Wat als de overheid stopt met Facebook Pages …?’ deed aardig wat stof opwaaien. De reacties varieerden van ‘wat is er nou eigenlijk opeens veranderd?’ tot ‘laten we naast de veiligheid ook de doelmatigheid maar eens onder de loep nemen’. Een interessante discussie, die de moeite waard is om verder op te pakken. Daarom in dit artikel een aantal invalshoeken, vragen en alternatieven die voorbij kwamen.
Voor de goede orde: ik ben niet tegen de inzet van social media, mocht je die indruk krijgen. Ik denk dat je daar moet zijn waar je publiek is als je contact wilt maken. Maar je moet je daarbij je wel aan de wet- en regelgeving houden. Ik vind wat dat betreft dat de overheid het braafste kind van de klas moet zijn. Elke keer dat de overheid zich niet aan de eigen wet- en regelgeving houdt, schaadt dat het vertrouwen van de samenleving in de overheid. En de discussie rond Facebook gaat toch echt over het wel of niet naleven van de (Europese) Digital Services Act, die sinds augustus 2023 al gold voor de grootste platforms en sinds februari van dit jaar voor alle digitale diensten.
Hoe doelmatig is de inzet van Facebook?
Een ander argument om kritisch te kijken naar de inzet van Facebook is de doelmatigheid. Hugo Louter verwoordde dat als volgt: “De doelmatigheid van Facebook mag wel eens onder een vergrootglas gelegd worden. Kloppen de teksten van communicatieteams dat Facebook (en andere sociale netwerken) noodzakelijk zijn om contact met hun doelgroepen te onderhouden? Anders gezegd: is het erg als we Facebook en Instagram moeten missen in de gereedschapskist van communicatie?” Om die vraag te kunnen beantwoorden onderzocht hij tientallen Facebookaccounts:
“Op basis van publiek beschikbare data durf ik de stelling aan dat het verlies van organische posts op Facebook voor overheidscommunicatie niet groot zal zijn.”
Irfan Fiets moest er een nachtje over slapen, maar komt ook behoorlijk scherp uit de hoek ((lees vooral zijn hele bijdrage op LinkedIn):
“Je kunt ook redeneren dat een overheid die alles maar op social media gooit, een luie overheid is die juist niet goed communiceert. Voor echte verbondenheid moet je hard werken, luisteren, elkaar in de ogen durven kijken, in de echte wereld. Dus wil je als overheid meer verbondenheid met burgers en het goede voorbeeld geven? Delete Facebook en ga samen koffie drinken op het plein. ☕”
Wat is het alternatief?
De vraag is wat het alternatief is? Erik Kemp, gemeenteraadslid in Enschede, pleit in het artikel op Binnenlands Bestuur voor de inzet van Mastodon, een gedecentraliseerd social media community platform. De overheid heeft daar een eigen server ingericht. Hij vertelt ook dat de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen om alle ministeries partner te maken van Public Spaces. Maar de vraag is of inwoners en ondernemers voldoende de weg weten te vinden naar deze relatief nieuwe platformen. Kemp zegt daarover:
"Van een organisatie in een leidende positie mag je best verwachten dat men een stap naar voren doet, ook al zitten de volgers er nog niet."
Niet iedereen zou Facebook kunnen missen
Maar zo denkt niet iedereen erover, zo blijkt bijvoorbeeld uit deze reacties:
- Mijn werk vergt dat ik inwoners bereik waar zij zich bevinden. Dus ook op insta en in principe ook op TikTok 😱. Als ik dat niet meer zou mogen van de gemeente, dan doe ik dat als persoon.
- Mensen gaan voor kleine vragen en diensten niet meer bellen. Live chat, WhatsApp en socials zijn super praktisch om even iets te checken of door te geven. Laten we er mee verder gaan, maar niet naïef zijn en de risico’s zo goed mogelijk afdekken.
- We hebben eerder overwogen te stoppen met Facebook, maar dat júist vanwege onze statistieken niet gedaan.
Welke vragen moet je nu écht beantwoorden?
De inzet van social media door de overheid staat nu echt ter discussie. Steeds meer organisaties stoppen zelf met het gebruik van X, het gebruik van Facebook Pages staat nu ter discussie en TikTok is al verboden als app op werktelefoons van ambtenaren. Ik denk echt dat dit hét moment is om als team Communicatie een stevig advies over de kanaalstrategie voor de komende jaren te geven, voordat de ambtelijk of bestuurlijk portefeuillehouder hier om moet vragen.
Als je je wilt voorbereiden op ‘Wat als …’ dan is de hamvraag:
Is het echt erg als je één of meerdere van de platformen niet meer kunt gebruiken - vanuit het perspectief van inwoners en ondernemers?
Ik neig naar de stelling van Hugo Louter dat het reuze meevalt wat we dan missen. Want heel veel content op social media is echt Sending Out Stuff (SOS), zoals Betteke van Ruler dat zo mooi noemt. Meestal met de allerbeste intenties, maar het effect kun je betwijfelen. En met effect bedoel ik niet bereik, maar aantoonbare impact op het realiseren van de maatschappelijke opgaven.
Maar … er worden ook echt goede resultaten geboekt met bijvoorbeeld gericht adverteren om bepaalde producten, diensten en inspraakmogelijkheden onder de aandacht van de juiste mensen te brengen. En inzet van social media door bijvoorbeeld jeugdagenten lijkt me ook behoorlijk doelmatig.
Kortom: het is nog niet zo eenvoudig. Maar om de discussie goed te voeren moet je kunnen benoemen waarvoor de inzet van social media echt nodig is, of dat binnen de grenzen van de wet- en regelgeving past en wat eventuele alternatieven zijn.
Reageer