Bezuinigen op Communicatie: wel of geen goed idee?
De verkennende gesprekken in politiek Den Haag over de formatie zijn weer gestart en ongetwijfeld ligt dan ook de ombuigingslijst van het ministerie van Financiën op tafel. Die bevat een overzicht van mogelijkheden om uitgaven te verlagen om daarmee de overheidsfinanciën te verbeteren.
Het voorstel dat op tafel ligt
In het voorstel is doorgerekend wat het zou besparen om bij de afdelingen Communicatie van de kerndepartementen het aantal fte terug te brengen naar het niveau van 2018. Sinds die tijd is het aantal fte namelijk toegenomen van 635 tot 936. dat is maar liefst een stijging van 47,4 procent. Mocht de politieke wens zijn om terug te gaan naar het aantal fte in 2018, dan zou er een besparing van circa 35 miljoen euro kunnen worden gerealiseerd.
Het zou zomaar kunnen dat deze beweging ook bij de lagere overheden wordt bepleit. De gemeenten worden immers mogelijk geconfronteerd met een miljardentekort vanaf 2026.
Een lezer reageerde op mijn vraag uit de vorige nieuwsbrief of jullie mogelijke bezuinigingen zien als ‘vloek of zegen?
“Wat mij stoort aan de discussie is dat het over getallen gaat en fte. In plaats van de taakopvatting die directies Communicatie moeten hebben. Er kan vast wat vanaf - of juist niet - maar dat kun je bepalen als je weet waar een directie communicatie wel en een directie communicatie niet van is. Het begint niet met aantallen en bedragen, maar met de inhoudelijke koers.”
En dat klopt. De wens om te bezuinigen om van koers te veranderen komt volgens mij voort uit het beeld (al dan niet of deels terecht) over voorlichters die bestuurders beschermen en afschermen, spinnen en framen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden en niet het hele of eerlijke verhaal aan de samenleving vertellen. Dat beeld wordt versterkt doordat in de ombuigingslijst de enige verklaring die wordt gegeven voor de stijging van het aantal fte’s de toename van het aantal bewindspersonen is. Met de overgang van Rutte III naar Rutte IV ging het aantal bewindspersonen van 21 naar 29, een stijging van 38 procent.
Hou de discussie zuiver door twee vragen uit elkaar te houden
Als het gaat om bezuinigen op Communicatie, is het dus belangrijk twee vragen uit elkaar te houden:
- Wil je minder geld uitgeven aan communicatie? of
- Wil je dat communicatieprofessionals bepaalde dingen niet meer doen of anders gaan doen (en denk je dat te bereiken door er minder geld aan uit te geven?)
Het antwoord op beide vragen kan namelijk totaal verschillen. Als je écht veel geld wilt besparen op communicatie, dan kun je bijvoorbeeld ook het aantal overheidswebsites drastisch inperken (de teller staat nu op bijna 10.000 en dat zijn ze vast niet allemaal) of stoppen met het inkopen van talloze zinloze campagnes (die alleen maar voor de bühne worden gedaan of bij gebrek aan echte maatregelen).
Hou je deze twee vragen niet uit elkaar, dan bestaat het gevaar dat de communicatieprofessionals worden wegbezuinigd die de samenleving juist wél nodig heeft. Dat zijn de professionals die dag in dag uit keihard werken om iedereen in deze samenleving te voorzien van begrijpelijke, vindbare en toegankelijke overheidsinformatie. Die vreselijk hard hun best doen om het goede gesprek tussen overheid en samenleving mogelijk te maken. Juist communicatieprofessionals vangen als eerste signalen op van inwoners en ondernemers. En ja: zij moeten deze intern nog veel steviger gaan signaleren en agenderen. Maar als je teams Communicatie de nek omdraait, dan weet je zeker dat inwoners en ondernemers de weg kwijt raken binnen de volledig dolgedraaide overheid.
Bezuinigingen bieden ook de kans om je te beperken tot essentiële zaken
Hoewel … een lezer mogelijke bezuinigingen ook als kans ziet:
“Mijn eerste ingeving dat dit helemaal niet zo verkeerd is, wordt onderstreept door een stuk dat ik lees in het boek Systeemdenken, van goed bedoeld naar goed gedaan. Daarin claimt de auteur dat het gevolg van inkrimpen onder andere is dat niemand meer tijd heeft om zijn territorium te verdedigen (of met taken bezighoudt die niet tot zijn rol of vak behoren) en iedereen zich met essentiële zaken bezighoudt, waarover iedereen het eens is dat ze moeten gebeuren. Daardoor kan zelfs het gevoel van werkdruk afnemen. En, in ons (communicatieprofessionals) geval, leidt het ook tot verdere professionalisering van ons vak en de mate waarin een organisatie onze rol serieus neemt. We hebben namelijk niet meer de tijd om dat foldertje of die flyer te knutselen of dat event zelfstandig in elkaar te draaien. Wat we dan wel doen is signaleren, adviseren en coördineren. Ik zie het zelf dan ook voornamelijk als kans. Als het gevoel blijft 'we moeten hetzelfde werk doen met minder mensen' zie ik daar ruimte voor gesprek.”
Reageer